Terug naar de website
Bron-URL: http://www.ipsnews.be/artikel/zambiaanse-vrouwen-bang-voor-kraambed
GEZONDHEID

Zambiaanse vrouwen bang voor kraambed

LUSAKA
, ( ) —
Zwangerschap is geen ziekte, maar in nogal wat Afrikaanse landen zijn arme vrouwen er even beducht voor. In Zambia sterven meer dan zeven vrouwen bij elke duizend geboorten. Goed uitgeruste ziekenhuizen en vroedvrouwen met een moderne opleiding zijn voor veel zwangere vrouwen te ver weg of onbetaalbaar.
De Zambiaanse Alice Tembo heeft onlangs zonder complicaties een kind op de wereld gezet en prijst zich daar gelukkig mee. Ze werd begeleid in het universitair ziekenhuis van Lusaka, een luxe die weinig Zambiaanse vrouwen zich kunnen veroorloven. Veel kleine ziekenhuizen en gezondheidsposten zijn slecht uitgerust om in te grijpen bij complicaties. En veel zwangere vrouwen op het platteland roepen helemaal geen moderne medische hulp in of doen dat veel te laat.

"De regering moet meer doen om zwangere vrouwen te beschermen", vindt Tembo. "Ze moet ervoor zorgen dat vrouwen de risico's van een zwangerschap en de bevalling kennen en dat ze de middelen hebben om goede hulp in te roepen. Daarnaast hebben we goede wegen, propere ziekenhuizen en medisch personeel met een goede opleiding nodig".

In andere Afrikaanse landen is de situatie nog dramatischer. In 2000 stierven in heel zwart Afrika gemiddeld meer dan negen vrouwen bij elke duizend geboorten. Maar op het Zambiaanse platteland zijn de statistieken even slecht. Het Zambiaanse platteland is goed voor naar schatting 70 procent van de totale kraambedsterfte in het land.

Veel Zambiaanse vrouwen cijferen zichzelf weg voor hun familie. Dat houdt vaak in dat ze pas medische hulp inroepen als het te laat is. De meeste vrouwen op het platteland krijgen hun kinderen alleen met hulp van traditionele medicijnvrouwen of vroedvrouwen. Die kunnen weinig ondernemen als er iets fout gaat. Ambulances om vrouwen in moeilijkheden naar de dichtstbijzijnde stad of gezondheidspost te brengen, zijn er meestal niet.

Vaak sterven zwangere vrouwen op weg naar een gezondheidspost. Vrouwen die het ziekenhuis wel halen, "zijn er vaak zo erg aan toe dat we ze niet meer kunnen redden", zegt Mulindi Mwanahamuntu, een adviseur van het universitair ziekenhuis die een studie uitvoerde over kraambedsterfte. Bij bijna een derde van de zwangere vrouwen die overlijden in Zambia, zijn hevige bloedingen de oorzaak. Die bloedingen komen veel meer voor op het platteland dan in de steden.

Gezondheidsminister Angela Cifire vindt de hoge sterfcijfers onder zwangere vrouwen "onaanvaardbaar" - veel gevallen kunnen immers worden voorkomen. Maar volgens haar is daar wel meer buitenlandse hulp voor nodig.

Samen met het Bevolkingsfonds van de VN (UNFPA) heeft de Zambiaanse regering programma's opgezet die vrouwen moeten helpen zwangerschappen sneller te herkennen en de nodige voorbereidingen te treffen voor een veilige geboorte. Op het platteland worden onderkomens voor zwangere vrouwen gebouwd bij gezondheidsposten of ziekenhuizen, zodat vrouwen zich daar tijdig kunnen melden. Het UNFPA verbetert ook de uitrusting van plattelandsziekenhuizen en vult hun voorraden geneesmiddelen aan. Traditionele genezers en vroedvrouwen krijgen een moderne opleiding.

Omdat de VN-organisatie niet voor genoeg ambulances kan zorgen om het hele platteland te bestrijken, wordt er in het district Solwezi een "mama car" uitgetest, een fiets met een aanhangwagentje waarin een zwangere vrouw kan worden vervoerd. Als de test positief uitpakt, zal de mama car massaal geproduceerd worden.

In de hoofdstad Lusaka werden al in 2000 plannen ontwikkeld voor een betaalbare begeleiding van arme vrouwen. Pas nu worden die plannen ook uitgevoerd. De regering bespaarde de afgelopen jaren onder meer op het gezondheidsbudget om in aanmerking te komen voor schuldverlichting door het Internationaal Monetair Fonds.

Nu is er weer meer ruimte voor investeringen in gezondheidszorg, maar niemand gelooft dat Zambia erin zal slagen de sterfte bij zwangere vrouwen met driekwart te verminderen voor 2015. De deadline van 2015 hoort bij een internationaal overeengekomen doelstelling, één van de acht Millenniumdoelen. IPS MDG5 (PD/JS)