Terug naar de website
Bron-URL: http://www.ipsnews.be/artikel/wereldbank-zet-schouders-onder-geothermie
ENERGIE

Wereldbank zet schouders onder geothermie

BRUSSEL
, ( ) —

De Wereldbank kondigt een grootschalige internationale campagne aan om hernieuwbare energie in ontwikkelingslanden te stimuleren. Daarbij ligt de focus op geothermische projecten gaan: energie uit aardwarmte.

Wereldbankdirecteur Sri Mulyani Indrawati riep donoren, banken, overheden en de private sector op om mee te werken aan het Global Geothermal Development Plan (GGDP), dat de nu nog marginale technologie tot een energiebron moet maken die stroom voor miljoenen mensen kan leveren.

Moeilijke opstart

"Geothermische energie zou drie vliegen in een klap kunnen betekenen voor ontwikkelingslanden: schone, betrouwbare en lokaal geproduceerde energie. Eens een centrale in werking is, is de energiebron goedkoop en vrijwel eeuwigdurend", zegt Sri Mulyani.

Maar de opstart is waar het schoentje wringt. Het belangrijkste obstakel zijn de eerste testboringen, die duur en riskant zijn. Een bepaalde locatie testen kan 15 tot 25 miljoen dollar kosten, en als er onvoldoende potentieel gevonden wordt, gaat de hele investering verloren.

500 miljoen

Het GGDP wil precies daar iets aan doen, door beloftevolle sites te identificeren en in voldoende middelen te voorzien voor de testboringen. In een eerste fase wil de Wereldbank 500 miljoen dollar verzamelen. Later dit jaar komt er een vergadering met de donoren om de specifieke projecten te bespreken.

De investeringen door de bank zelf zijn gegroeid van 73 miljoen dollar in 2007 tot 336 miljoen in 2012. Aardwarmteprojecten zijn daarmee goed voor bijna 10 procent van het totale budget voor hernieuwbare energie.

Groot potentieel

Veel ontwikkelingsregio's hebben een groot potentieel aan aardwarmte, waaronder Oost-Afrika, Zuidoost-Azië, Centraal-Amerika en de Andeslanden. De Wereldbank berekende dat minstens veertig landen een aanzienlijk deel van hun stroomvoorziening uit aardwarmte kunnen halen.

Landen zoals Kenia en Indonesië zetten al de eerste stappen, maar wereldwijd moet de technologie nog doorbreken.