Terug naar de website
Bron-URL: http://www.ipsnews.be/artikel/libische-dorpsbewoners-hebben-weer-even-rust
LIBIË

Libische dorpsbewoners hebben weer even rust

NALUT
, ( ) —

Rebellen die vechten tegen het regime van Muammar Khadaffi, hebben afgelopen week successen geboekt in de westelijk bergen van Libië. Dat geeft zowel de rebellen als de inwoners van de streek even rust.

Vorige week namen de rebellen Takut in, waardoor de raketten van Khadaffi het dorp Nalut niet meer kunnen bereiken.

Nalut is een dorp in de bergen van Nafusa ten oosten van de Tunesische grens. De grensovergang is strategisch belangrijk en speelde een belangrijke rol bij de opstand. Nalut werd sinds het uitbreken van de opstand op 17 februari bijna dagelijks bestookt door troepen van Khadaffi.

Rebellen namen afgelopen week ook het aangrenzende dorp Ghezaia in. Maar in Wazin kwamen ze te laat. Die plaats bleek al veranderd in een spookstad, waar nauwelijks een huis te vinden bleek dat niet beschadigd was.
 
De inwoners van Wazin waren Berbers, zoals de meerderheid van de mensen in de bergen van Nafusa. Berbers leefden eeuwenlang samen met Arabieren, echter zonder dat ze zich met elkaar vermengden. Van de meer dan twintig dorpen in de bergen, heeft er slechts één een gemengde bevolking.

Taal

"Rehibat is het enige gemengde dorp in Nafusa. We hebben eeuwenlang apart van elkaar geleefd om onze taal, Tamazight, levend te houden", zegt Abdul Hamid, een Berber uit Rehibat. 
 
De Arabieren in Nafusa zien dat anders. "Berbers kijken op ons neer en noemen ons nieuwkomers in Libië", zegt Mohammed Aith Geryani, die ook in Rehibat woont. "Toch hebben we betere relaties met Berberfamilies hier dan met bepaalde Arabische clans", zegt hij.

Het bergdorpje Rehibat staat bekend om de infrastructuur die er kort geleden werd opgezet. Rehibat heeft het enige 'vliegveld' in de bergen van Nafusa - een stuk weg van anderhalve kilometer lengte dat dienst doet als landingsbaan voor bevoorradingsvliegtuigen.

Schoolkinderen

Verderop ligt Zintan, de belangrijkste Arabische stad. Zintan claimt met trots "de eerste Libische stad te zijn" die in opstand kwam tegen Khadaffi. De rebellenleider van Zintan, Osama Jweli, is blij met de verbeterde veiligheidssituatie in zijn stad. "De troepen van Khadaffi hebben nooit een voet in Zintan gezet en omdat we ze verder hebben teruggedrongen, worden we niet meer bestookt met raketten."

Tarik Saleh, die drie maanden in een vluchtelingenkamp van de Verenigde Naties in Remada in Tunesië doorbracht, is net terug in Libië om de ramadan in zijn geboorteplaats Zintan door te brengen. "Ik had gehoord dat het een stuk veiliger was geworden in Zintan, dus ben ik twee weken geleden teruggekomen om dat zelf te zien", zegt hij "Er ligt overal puin, maar gelukkig staat ons huis nog overeind."
 
Zintan ziet er minder gehavend uit dan verwacht. Dat is deels te danken aan de vele vrijwilligers op straat - veelal kinderen. Ze ruimen rommel op en verven zwartgeblakerde muren wit.
 
De schoonmaakwerkzaamheden zijn misschien wel de beste manier om de kinderen bezig te houden tot ze weer naar scholen kunnen in september. Of ze dan naar hun oude school in Zintan kunnen of les zullen krijgen in een tent van het vluchtelingenkamp, is nog niet duidelijk.

Mokhtar Ihmad Ali gaf les aan de plaatselijke school, totdat hij zich in februari aansloot bij de rebellen. Maar de 35-jarige Arabier is minder gemotiveerd dan een paar maanden geleden. "Nadat Ben Ali in Tunesië en Moebarak in Egypte vielen, hoopten we dat Khadaffi snel zou volgen. Maar er brak een oorlog uit. We hadden de ramadan als nieuwe deadline gesteld voor het vertrek van Khadaffi. Maar we weten nu dat de oorlog veel langer gaat duren dan we verwacht hadden", zegt Ali.

Angst en hoop

In het uiterste oosten van de bergstreek ligt Yefren, een dorp dat een hoge prijs betaalde voor het tarten van het regime. Zelfs het ziekenhuis werd niet gespaard door raketvuur en plunderende troepen van Khadaffi. De straten zien er nog verlaten uit, maar de stroom is kort geleden weer aangesloten en het leven lijkt langzaam weer op gang te komen.

Vlakbij Yefren probeert een groep vrouwen het leven voor de achtergebleven kinderen zo normaal mogelijk te laten verlopen. Drie keer per week komen ze bij elkaar in een geïmproviseerde school waar kinderen les krijgen in hun moedertaal - een taal die onder het regime van Khadaffi verboden was.

"We geven met 11 personen les aan 46 kinderen tussen 4 en 16 jaar oud. Vier van ons geven les in de Berbertaal en de andere zeven houden de kinderen bezig met handvaardigheid of spelletjes", zegt de twintigjarige Amil.
 
Maar behalve het leren van de taal van hun voorvaderen, zijn er in Yefren andere noden die gelenigd moeten worden. "We hebben speelgoed voor de kinderen nodig, zodat ze de oorlog kunnen vergeten. En er heerst gebrek aan voedsel en water", zegt Mahaba Najib, het hoofd van de school.

De kinderen hebben vandaag twee nieuwe woorden geleerd: tilele en tagraula (vrijheid en revolutie). Ze zingen het Libische volkslied met de Berberse en Libische vlag van voor het tijdperk-Khadaffi op hun wangen geschilderd. Direct na het volkslied klinkt een nieuw deuntje: "Een, twee, drie, sukran (bedankt) Sarkozy!" De Franse president Nicholas Sarkozy nam in maart de leiding bij de internationale militaire acties tegen Libië. 

Een hogeresolutiefoto is beschikbaar op: http://ipsnews.net/pictures/Zintan.jpg