Terug naar de website
Bron-URL: http://www.ipsnews.be/artikel/cochabamba-zes-jaar-na-de-wateroorlog
BOLIVIA

Cochabamba, zes jaar na de "wateroorlog"

LA PAZ
, ( ) —
In april 2000 haalde de Boliviaanse stad Cochabamba het wereldnieuws met een vierdaagse “wateroorlog” tegen de privatisering van de watervoorziening en de astronomische tariefstijgingen die daarmee gepaard gingen. Zes jaar leven de inwoners van Cochabamba nog altijd niet in de beste aller werelden. Het water bleef betaalbaar, maar het leidingnetwerk lekt en twee dagen op zeven staan de kranen droog.
Amparo Valda woont in het centrum van Cochabamba, een stad van bijna een miljoen inwoners 400 kilometer ten zuiden van de hoofdstad La Paz. Ze heeft een eigen pomp waarmee ze vijf dagen in de week een reservoir op het dak vult. Op de twee andere dagen circuleert in de leidingen alleen lucht, aan zo’n hoge druk dat de watermeters het begeven. Omdat ze de kwaliteit van het leidingwater niet vertrouwd, koopt ze haar drinkwater in flessen aan 2 euro per liter.

Het stedelijke waterbedrijf SEMAPA wijt de onderbrekingen op haar website aan “het semi-aride klimaat, de constante bevolkingsaangroei en een gebrek aan infrastructuur om het water naar de consumptiecentra te brengen”. De tarieven zijn wel betaalbaar en sociaal rechtvaardig gebleven. De prijs per kubieke meter varieert tussen 1,5 euro in arme buurten tot 12 euro in de rijkere stadsdelen.

Dat is weinig in vergelijking met de prijzen die de verjaagde firma Aguas del Tunari durfde aanrekenen. Na de privatisering in 200 stegen de tarieven met 200 procent. Een familie die tussen 60 en 80 euro per maand verdiende, moest opeens 15 euro per maand aan de watermaatschappij betalen. Aguas del Tunari, eigendom van Amerikaanse, Spaanse en Italiaanse multinationals, had bovenop zijn veertigjarige concessie nog eens de controle verworven over de putten die lokale gemeenschappen hadden gegraven om in hun watertoevoer te voorzien.

Het resultaat was een “wateroorlog” waarbij de inwoners van Cochabamba het openbare leven vier dagen lam legden. Een zeventienjarige betoger werd doodgeschoten door een officier in burger, kapitein Robinson Iriarte, die later door een militaire rechtbank werd vrijgesproken en bevorderd tot majoor. De tweede regering van Hugo Banzer (1997-2001) kreeg het verwijt dat ze slaafs de recepten van de Wereldbank en het IMF had opgevolgd en kwam net niet ten val. Aguas del Tunari zag zijn contract opgeschort en kreeg ook geen schadevergoeding.

De watervoorziening in de armere wijken is sindsdien verbeterd, maar schiet nog altijd te kort. “Het waterbedrijf is in handen gevallen van politici die de erfenis van de wateroorlog misbruiken”, zegt Gonzalo Maldonado, een van de oprichters van het Coordinatiecomité voor Water en Leven, dat na de “guerra del agua” een symbool werd voor het wereldwijde verzet tegen opgelegde privatiseringen.

Volgens analist Vincent Gómez-García maken politieke benoemingen en vriendjespolitiek een efficiënt bestuur van SEMAPA onmogelijk. Veel leden van de protestorganisaties kregen een baan bij de watermaatschappij, zonder over de nodige managementkwaliteiten te beschikken. Verschillende “burgerdirecteurs” maken ruzie over de verdeling van postjes en hebben 700 mensen in dienst genomen, in plaats van de 270 vacatures die waren voorzien. Er bestaat nog altijd geen inventaris van de infrastructuur en naar schatting de helft van het water gaat verloren door lekken, diefstal of privileges voor mensen met politieke invloed.

In mei sloot SEMAPA een akkoord met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank over een lening van 9 miljoen euro om de watervoorziening in de arme wijken te verbeteren. Als deel van dat akkoord ging de waterprijs met vijf procent naar omhoog. “De economisch-financiële logica is koel en onverbiddelijk” zegt Gómez-García. De investeringen zijn alleen mogelijk als de tarieven stijgen”. Volgens Maldonado is minstens 94 miljoen euro nodig om het netwerk uit te breiden en de lekken te dichten.

De Boliviaanse regering houdt de evolutie bij SEMAPA nauwlettend in de gaten. Eind dit jaar trekt de Franse waterreus Suez zich terug uit de hoofdstad La Paz en El Alto, na “wateroorlogen” in januari 2005. IPS MDG7 (MC)