Alles wijst erop dat brand in de strafinrichting van Comayagua, 80 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Tegucigalpa, is aangestoken. De Hondurese regering vroeg de VS om hulp bij het onderzoek.
Het internationale noodteam van het Bureau of Alcohol, Tobacco, Firearms and Explosives (ATF) zoekt sinds vrijdag naar de oorzaak van de brand. De ATF-onderzoekers beschikken over de meest geavanceerde apparatuur en getrainde honden. Ze kunnen bepalen of het vuur ontstond door explosies of door lekkende brandstof.
Amerikaanse militairen van de basis van Palmerola, op 5 kilometer van de gevangenis, bewaken de plaats van de tragedie. In de basis zijn duizend Amerikanen gestationeerd. "Dankzij hen is de plaats van de misdaad in de gevangenenmodules niet gereinigd", zegt een humanitaire activist die anoniem wenst te blijven. "Sommige autoriteiten wilden de plaats schoonmaken met chloor maar de Amerikaanse militairen hebben de zone gevrijwaard."
Brand op vijf markten
De Amerikaanse onderzoekers gingen zondag ook naar Tegucigalpa, waar zich daags voordien opnieuw een zware brand had voorgedaan. Die legde vijf markten in de as. De brand deed zich overdag voor toen heel wat mensen hun wekelijkse inkopen deden maar doden vielen er niet. Vijfduizend verkopers zitten nu wel zonder werk.
Ook hier is de oorzaak nog onbekend, maar een kortsluiting sluit de brandweer uit. "Hier is iets raars aan de hand", zei burgemeester Ricardo Álvarez.
Beide branden wijzen op "het verschrikkelijke gebrek aan efficiëntie van de staat om problemen op te lossen, want hier lost men alleen onmiddellijke problemen op", zegt Mirna Flores, hoogleraar sociologie.
Het is voorbarig om te besluiten dat dit het werk van de georganiseerde misdaad is, zegt politicoloog Miguel Cálix. Maar hij ziet wel overeenkomsten tussen beide branden: ze troffen telkens armere Hondurezen die in beperkte, precaire ruimtes verbleven.
